door Rob Perrée
Amsterdam, 28 maart 2009
Er zijn intellectueel gerichte kunstenaars die een ingehouden formele uitweg proberen te vinden voor hun concepten. Er zijn kunstenaars die gaan voor de grote thema’s en daarbij een prominente vorm proberen te zoeken. Er zijn ook kunstenaars die hun inspiratie in hun directe omgeving opdoen en die vervolgens die dagelijkse thematiek in een oorspronkelijke vorm proberen te gieten. Tot die laatste groep behoort Annemarie Vink.
Vink studeerde aan de Kunstacademie in Kampen. Ze concentreerde zich vanaf 1984 voornamelijk op grafiek. Op een gegeven moment merkte ze, dat ze zich steeds meer geremd voelde door de beperkingen van dat medium. Ze wilde meer armslag. Ze wilde gaan schilderen, het werkproces intensiever gaan ervaren teneinde op die manier de vele mogelijkheden beter te kunnen exploreren. Ze wilde de kans hebben om dingen te zien mislukken, ze over te schilderen en opnieuw te beginnen. Als een werk af was moest ze de vrijheid kunnen hebben om bijvoorbeeld bepaalde stukken van meer of van een andere kleur verf te voorzien.
De natuur speelde een tijd lang een grote rol in haar werk. Realistische lijkende, ‘slordig’ geschilderde landschappen die door hun opvallende kleuren en door de manier waarop er personen waren ingebracht – grafische interventies? - toch een kleine kanteling gaven aan de werkelijkheid, zodat ze als dromen of herinneringen gelezen konden worden. In haar recente schilderijen is een verandering waar te nemen. De landschappen zijn goeddeels verdwenen. De natuur nog niet helemaal. Op twee grote, zwarte doeken staat een vaas met kleurige, deels neerhangende bloemen centraal. Je zou het stillevens kunnen noemen, maar dan wel een Vink variant daarop. De voorgrond is bijna ondergeschikt gemaakt aan de achtergrond. Het is haast een decoratie ervan. De achtergrond kent veel meer kleur dan je zou denken. Er is in donker zwart een raster over geschilderd. Ronde, afbuigende, ‘onhandig’ geschilderde lijnen die met elkaar verbonden zijn. Dat raster dringt zich naar voren zodat er diepte ontstaat. Die wordt ook bereikt door de vele andere nuances in zwart die de kunstenaar weet op te roepen. Door haar losse schilderstijl, waarbij dik en minder dik aangebrachte streken elkaar afwisselen, maar ook door andere objecten in het zwarte veld te verwerken die je pas ziet als je langer kijkt. Een transistor radio bijvoorbeeld. Die verscholen toevoegingen hebben nog een andere functie. Ze relativeren het geheel. Een ander groot schilderij geeft aan hoe Annemarie Vink aan haar bronnen komt. Het is eigenlijk een verzameling schilderijtjes in een schilderij. Die schilderijtjes verwijzen naar bestaande beelden. Naar een kopie van een eigen werk uit een eerdere tijd. Naar een filmstill uit La Dolce Vita van Frederico Fellini. Naar een scène uit een film met Clint Eastwood etc. Ze zijn allemaal in zwart-wit uitgevoerd. Ze staan slordig naast elkaar en de kaders zijn ongelijkmatig en achteloos geschilderd. Als kijker ga je automatisch verbanden leggen tussen de beelden. Je vraagt je af wat ze gemeenschappelijk hebben. Zijn het romantische herinneringen? Zijn het ieder voor zich krachtige beelden? Is het een soort visuele canon? Lenen de beelden zich voor hoofdstukken van een eigen verhaal? Ook bij andere schilderijen zie je dat, plat gezegd, romantische plaatjes het uitgangspunt zijn geweest.
Vink ontdoet ze weliswaar van hun letterlijke oorsprong door ze van kleur te veranderen, door ze van formaat te veranderen en door ze binnen een bepaalde context te plaatsen, maar de romantische stemming die om ze heen hangt blijft in tact. Die wil ze kennelijk oproepen. Dat creëert een aantrekkelijk spanningsveld. Kitsch en romantiek naderen elkaar. De manier van schilderen en de impliciete humoristische elementen zorgen ervoor dat de schilderijen niet over de rand gaan. Annemarie Vink is zich ervan bewust dat ze wat betreft haar onderwerpen geneigd is alle kanten uit te gaan. Een aantal mensen ziet dat ongetwijfeld als een zwakte. Dat is het niet. Het gaat er haar uiteindelijk om die onderwerpen naar haar hand te zetten. Het spel is belangrijker dan de knikkers.